Citaat

”poëzie van grote gevoelens en abstracte woorden, omdat ik als 17-jarige dacht dat het zo hoorde”

-Moustafa Stitou in de Mug

Deze quote komt niet uit een gedicht, maar uit een interview en het sprong er voor mij uit, het voelde alsof dit stukje tekst op mij sloeg.

9 January 2010
By on 23:17
Mariamustachio

100_7345

26 November 2009
By on 20:45
071009

Ik dwaal af. Staar naar de koeien in het gras. Kunst als uiting van gevoel. Zonder functie, zonder concept. Zoals het niet moet; omdat het moet.
Half boerderij, half speelplaats. Nee, mijn geluk is niet zoek.

Samengevat:
de kunstenaar was boer, geen hoer

8 October 2009
By on 20:20
Adaptation

Je kwam, je zag
maar je overwon niet
Want ik was blij in de waas
van een dronken uur
Maar de hemel weet
dat ik nu miserabel ben

Klonk het uit de radio
Waarop het glas sinaasappelsap stond
wat jij gisteren nog met je lippen had aangeraakt

Want wodka is als een
spijker
voor je ziel.

Ook als je het in sinaasappelsap doet.

11 September 2009
By on 10:19
(niet mijn hand)

Mijn hart heb ik
aan een dinosaurus verpand
Uit duizend landen heb ik
aan laten voeren het kant
Want geen bed zo groot
dat daarin past mijn
mijn dinosaurus mijn
aan hem heb ik mijn hart verpand.

27 August 2009
By on 17:13
09.07.09

De eventualisering van mijn brein is
in zijn laatste stadium, zo goed als voltooid
Dat waarop ik zeker zou kunnen antwoorden
is in de verte bijna verdwenen
Maar geheel verdwijnen zal het niet,
anders zou de eventualisering
paradoxaal genoeg
een zekerheid wezen.

15 August 2009
By on 20:19
Bauhaus

Niet Bela Lugosi
maar fashion, is dead.
Herhaling is de rat die
maar blijft rennen
en rennen.


By on 18:56
Titel

De tuinslang morrelt en roffelt wat.
Hij kent vrede noch rust
Alleen het geruis van de oorlog
kanonnen en kampvuren, de geur
van de geweren
De tuinslang is het zat,
de kampvuren moeten uit
daarom spuit hij ze nat.
Die noodlottige tuinslang, ach
soldaten kennen geen genade
Ze hakken hem in stukjes
als sproeisel voor de mitrailleur

2 July 2009
By on 19:55
Mercatorplein.

Buiten valt de regen, naast me liggen de resten van een opgegeten lasagne en ik probeer mijn internet op te starten. Waarom, weet ik niet. Wel dat het tevergeefs is want dat ding heeft altijd grillen. Buiten lopen twee jongens van de straat achter een vieze junkievrouw aan (een van de velen). Ik vraag me altijd af wat ze van haar willen, haar drugs zou ze niet af willen staan en ze is te afstotelijk om andere dingen mee te doen. Nu ik erover nadenk gaat zij waarschijnlijk drugs van hen kopen, maar ze moeten naar haar huis omdat het buiten veel te hard regent.
Naast het fietspad staat een campina vrachtwagen geparkeerd en ik vraag me, zoals altijd, af wie die oerlelijke naam ‘campina’ bedacht heeft.
Gisteren, toen ik op straat liep (liep, ja niet fietste zoals gewoonlijk) zag ik een man.  Hij was al kalend, had een grote neus en een nogal dikkig postuur. Ik wist het niet van hem toen ik hem zag, maar hij is tot zijn 36ste door het leven gegaan als een goeroe die overal wondemiddeltjes op wist, zo zou hij geesten uitdrijven met een ketting waar een varkenssnuit aanhing, het weer beïnvloeden met behulp van olijven en servetjes die hij van terrasjes meenam. Op zijn 36ste werd hij ontmaskerd als charlatan en nu zit hij in de uitkering, al negen jaar lang.
Eigenlijk heb ik die man nooit gezien maar ik kan me best voorstellen dat hij hier rondloopt.
Een man die ik wel gezien heb woont niet hier op het plein. Eigenlijk weet ik niet waar hij woont, maar dat doet er niet toe. Deze man zag ik op het bruggetje bij de Oudemanhuispoort. Hij had een walkman op en veegde met zijn hand over de grond en riep terwijl hij op de grond geknield zat en aan het vegen was: ‘Nu wordt het ook schoon!’ Misschien nam hij het vuil van de straat over want hij zag er erg vies uit.
Het punt van dit hele verhaal is dat ik ergens tussen vandaag en de dag dat ik de man over de grond zag vegen Meneer ontmoette. Meneer zei: ‘Ga met me mee.’. En tegen al mijn principes en het algemene idee, dat je nooit met vreemde mannen mee moet gaan -en vooral niet als je een jong meisje bent- in, pakte ik mijn hoed en ging met hem mee.
Dat ik een hoed heb is misschien belangrijk, maar misschien ook wel totaal niet. Ik zal het verhaal van mijn hoed vertellen en dan blijkt later of het al dan niet relevant was. Eigenlijk is het helemaal geen spannend verhaal. Ik zou die dag naar de HEMA gaan om een nieuwe agenda te kopen, maar eenmaal onderweg voelde ik de aandrang om eens totaal de andere kant op te fietsen, en zo kwam ik bij de hoed.
Ik stapte gestaag door naast Meneer die naast lange benen ook een hoed had. We liepen over de grachten, zebrapaden, gewone paden, over de stoep, over gras, over velden. Onder het lopen vertelde Meneer verhalen. Verhalen zoals ik ze ook vertel. Verhalen over junkies  en mensen die wel of niet bestaan.
In de stiltes die vielen dacht ik na, want wat moet men anders. Ik dacht aan mijn lievelingsboek van toen ik klein, het vierkante ronde woud genaamd. Daarin is de hoofdpersoon een kat die mensen die in de put zitten meeneemt naar het vierkante ronde woud. Het begint met een man die met de kat meerent omdat de verdrietigheid al op zijn deur aan het kloppen is.
Ik rende niet weg voor mijn verdrietigheid, dacht ik. Geen idee waarom ik dan wel met Meneer meeging maar het was zo. Plotseling ging mijn telefoon af. Meneer keek op en zei, ‘Vroeger toen nog niemand een mobiele telefoon had, was de mensheid in tweeën te delen; het deel van de mensen wat geen horloge had, en het deel wat er wel een had. Tegenwoordig draait het wat horloges betreft alleen maar om uiterlijk vertoon. Je kunt een groot patsershorloge hebben met een grote gouden band, maar ook een schattig meisjesachtig bloemetjeshorloge, met schaapjes op de wijzerplaat. Het woord praktisch is niet meer iets wat geassocieerd wordt met het woord horloge.’.
Toen hij klaar was met praten ben ik weer naar huis gegaan. Naar het Mercatorplein, waar de agenten hun nieuwe achterbakse technieken  aan het uitvoeren waren. Ze stonden op de ene hoek mensen te bespieden en gaven met walkietalkies de overtredingen aan aan de agent die fietsers dan weer op de volgende hoek aanhield. Er scheen een waterig zonnetje en mensen lieten de hond uit. Ik stak mijn sleutel in het slot, en ging naar boven om ze vanachter het raam te kunnen bestuderen.

7 June 2009
By on 16:21

Duistere Disco/ Dark Disco/ Disco van de nacht

2 June 2009
By on 08:22